Zorgdomein
Onderstaande onderzoeken kun je alleen laten doen als je daar van ons een verwijzing voor hebt gehad. Dat doen wij meestal via Zorgdomein. Hieronder staat wat je moet doen:

- je ontvangt een mail als wij het onderzoek hebben aangevraagd
- open de link in de mail en log in bij Zorgdomein met je geboortedatum
- in de link vind je het telefoonnummer wat je moet bellen om de afspraak te maken
- als je de afspraak hebt gemaakt, print de mail dan uit en neem deze mee naar Diagnostiek         voor u als je daarheen gaat voor het onderzoek
 

Algemeen bloedonderzoek
Rond de twaalf weken wordt je bloed gecontroleerd op de volgende items:

  1. Hb/ MCV: in de volksmond het ijzergehalte. In de zwangerschap is je Hb vaak verlaagd ten opzichte van buiten de zwangerschap. Dit is normaal. Bij sommige mensen is het Hb echter zo laag dat jij of de baby er last van kan gaan krijgen. Je krijgt van ons dan voedingsadviezen en eventueel medicatie (‘staaltabletten’).

  2. Bloedgroep/ rhesusfactor: voor als je na de bevalling een bloedtransfusie nodig hebt, en om te kijken naar de resusfactor. Als je resusnegatief bent, moet er in de loop van de zwangerschap en net na de bevalling wat extra bloedonderzoek worden gedaan. Hoe dat allemaal werkt, wordt je tijdens het spreekuur verteld.

  3. Irregulaire antistoffen: antistoffen die bij jou in je bloed zitten en die niet schadelijk zijn voor jou (meestal komen ze in het bloed door een bloedtransfusie). De meeste antistoffen gaan niet door de placenta naar de baby, maar sommige wel. Dit kan dan schadelijk zijn voor de baby.

  4. HIV (virus dat AIDS veroorzaakt), HbsAg (hepatitis B, een besmettelijke leverziekte) en Lues (syfilis, een gevaarlijke geslachtsziekte). Dit zijn alle drie ernstige ziekten die je tijdens de zwangerschap via de placenta kan overbrengen op je baby. Gelukkig is de kans op overdracht heel klein te maken met de juiste medicijnen.

  5. Glucose: ook wel 'suiker' genoemd. Met dit onderzoek wordt gekeken of je diabetes hebt terwijl je dat niet in de gaten hebt. Diabetes is onbehandeld gevaarlijk voor moeder en kind.

Echo’s
In onze praktijk krijg je standaard vier echo’s:

  1. Intacte zwangerschap: tussen de 8 en 10 weken kun je het hartje van de baby zien kloppen. De meeste miskramen komen voor tussen de 5 en 8 weken, dus als bij deze echo het hartje klopt, is de kans op een miskraam vrij klein.

  2. Termijnbepaling: tussen de 10 en de 12 weken: met deze echo wordt gekeken hoe ver je precies zwanger bent. Anders dan voorheen gaan we van de datum uit die deze echo aangeeft, en niet meer van de datum van je laatste menstruatie

  3. SEO, Structureel Echo Onderzoek: rond de 20 weken: Wanneer je de 20 weken van je zwangerschap nadert, zul je van ons een aanvraagformulier krijgen voor het maken van een echo in het DCE. Het is een onderzoek om te beoordelen of de organen van je kind op een normale wijze zijn aangelegd. Tijdens deze echo kun je het geslacht van de baby te weten komen als je dat wilt. Ongeveer de helft van de ernstige afwijkingen wordt herkend tijdens deze echo. De echo geeft dus geen garanties 

  4. echo groei en ligging: tussen 34 en 36 weken: met deze echo wordt bepaald of het kindje niet te groot of te klein is, en hoe hij of zij in de buik ligt


De combinatietest

Vanaf mei 2004 worden alle zwangere vrouwen, indien gewenst, geïnformeerd over de mogelijkheden omtrent prenatale screening. Er bestaat de mogelijkheid, middels een echo bij een termijn van 11 tot 14 weken, aangevuld met bloedonderzoek bij de moeder, een risicoschatting te maken op het syndroom van Down bij de foetus. Jij en je partner hebben de keus om deze test te laten doen. Vraag na bij je zorgverzekeraar of de test in jullie situatie wordt vergoed.

De combinatietest bestaat uit het meten van de dikte van de nekplooi bij de baby en bloedwaarden van de moeder. Uit deze twee testen wordt het risico geschat op het krijgen van een kind met het Downsyndroom. De combinatietest is dus een risicoschatting, ofwel een kansbepaling. Dit wil zeggen dat je geen duidelijkheid krijgt of je kind wel of niet het syndroom van Down heeft. De uitslag zal aangeven hoe groot de kans is dat je kind het Downsyndroom heeft. (bijvoorbeeld 1:5000 of 1:50). Bij een verhoogd risico (risico groter dan 1:200) bestaat de mogelijkheid om vervolgonderzoek te laten doen door middel van een NIPT-Test en een vruchtwateronderzoek. Dit gebeurt op medische indicatie en wordt vergoed.

De NIPT

De NIPT (de afkorting staat voor Niet Invasieve Prenatale Test) is een nieuwe test, waarbij bloed van de zwangere wordt afgenomen en onderzocht in een laboratorium. In het bloed van de moeder is ook DNA (erfelijk materiaal) van het kind aanwezig.  Dit DNA is afkomstig van de placenta (moederkoek). Met de NIPT kan dit DNA van het kind worden onderzocht op trisomie 21 downsyndroom, trisomie 18 (edwardssyndroom) en trisomie 13 (patausyndroom). Het laboratorium onderzoekt dan of er teveel DNA van de chromosomen 21, 18 en 13 aanwezig is. Te veel DNA van deze chromosomen is een sterke aanwijzing voor trisomie 21, 18 of 13 bij het ongeboren kind. 

Bij Diagnostiek voor U kun je bloed af laten nemen voor de NIPT. Je kunt hier het formulier invullen en uitrpinten. Neem dit samen met een ID-bewijs mee naar Diagnostiek voor U in Eindhoven (in Asten is het nog niet morgelijk om NIPT-bloed te laten prikken).

 

Patausyndroom en Edwardssyndroom

Sinds 1 januari 2011 geeft de uitslag van de risicobepaling naast de kans op het Downsyndroom (trisomie 21) ook de kans op twee andere ernstige syndromen, namelijk het Patausyndroom (trisomie 13) en het Edwardssyndroom (trisomie 18).

Het grootste deel van de kinderen die lijden aan het Patau- of Edwardssyndroom overlijdt voor, tijdens of vlak na de geboorte.

Je kunt aangeven of je beide testen, of één van de twee testen, ook wilt laten uitvoeren.

Voor meer informatie, kun je terecht op:

www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl
www.rivm.nl/zwangerschapsscreening
www.prenatalescreening.nl
www.rivm.nl/Downscreening
www.meerovernipt.nl
prenatale diagnostiek/ vructwaterpunctie
 

Terug naar boven